| Vertrouwen in het goede van de mens |
| maandag, 10 september 2007 00:00 |
|
Uit: De Duivel en het Meisje, van Paulo Coelho ”Op een goede dag verliet de heilige Savin zijn grot en kwam bij Ahabs huis. Hij vroeg of hij bij hem mocht overnachten. De Arabier lachte: ‘U realiseert zich toch wel dat ik een moordenaar ben, dat ik in mijn territorium al verscheidene mensen gekeeld heb? En dat een lijk meer of minder er voor mij niet toe doet?’ ‘Jawel’, antwoordde Savin, ‘maar ik ben het in die grot beu. Ik zou graag één nacht, al was het maar één nacht, hier doorbrengen’. Ahab wist hoe befaamd de heilige was, even befaamd als hijzelf, en dat beviel hem niet. Hij zag zich in zijn roem niet graag geëvenaard door zo’n fragiele man. Daarom besloot hij om hem dezelfde nacht nog te vermoorden en zo iedereen te tonen wie ter plaatse de baas was. Ze praatten een tijdje. De woorden van de heilige maakten indruk op Ahab, maar hij was een man die zijn vertrouwen verloren had en niet meer geloofde in het goede. Hij wees Savin een plek waar hij kon liggen en begon dreigend zijn mes te slijpen. Savin zag dat even aan, sloot zijn ogen en sliep. De hele nacht was Ahab bezig zijn mes te slijpen. Toen Savin ’s ochtends wakker werd, vond hij hem in tranen naast zich. ‘U bent niet bang voor me geweest, u hebt me niet veroordeeld. Dit is de eerste keer dat iemand bij mij de nacht doorbracht en geloofde dat ik een goed mens kan zijn, dat ik in staat ben om wie dat nodig heeft gastvrijheid te verlenen. Omdat u erop vertrouwde dat ik rechtschapen kon zijn, ben ik rechtschapen geweest.’ Van toen af liet Ahab zijn criminele handel en wandel achter zich en zette hij zich ervoor in dorp en streek een ander aanzien te geven.” |